Feeds:
Berichten
Reacties

Ik neem nooit preventief anti-malaria pillen als ik naar Afrika ga. Preventie voor mij is: zorgen dat muggen me niet kunnen steken. Daarom slaap ik altijd onder muggennetten, smeer ik mijn continue in met Deet en draag een lange broek, lange mouwen en nooit sandalen. Tot nu is dat goed gelukt. Maar ik hou wel medicijnen achter de hand. Een goed en goedkoop curatief middel is Artemether. Maar ik had er geen bij. Dus, toen we het pediatrisch ziekenhuis Kalembe Lembe in Kinshasa gingen bezoeken, liep ik even langs bij apotheek. Er stond een jonge vrouw te wachten. Toen ik achter haar ging staan, ging ze uit de weg. Ik plaatste mijn bestelling. Ze hadden de pillen niet in voorraad. Toen ik wou weggaan, vroeg de jonge vrouw: “Est-ce que vous avez trois mille francs?” 3000 francs congolais is 3 dollar, 2,5 euro. Ik probeer die vragen in Afrika steeds te negeren, want iedereen vraagt steeds geld. Maar dit was op het domein van een kinderziekenhuis, aan de apotheek. De vrouw had geen geld om medicijnen te kopen, dus kreeg ze er geen.

Onze pediater, Dr CV, was erbij. Ze vroeg de jonge vrouw naar het voorschrift. Het was een zuurremmer en vitamine K en een ongedefinieerd derde middel. C vroeg: “is het voor je kind?” Ja. “Hoe oud is het kind?” Eén maand. “Geeft het ook bloed over?” Ja. De vrouw begon te huilen. Pure onmacht. Haar kind heeft een infectie aan de maag en de moeder kan niet de eenvoudige medicijnen kopen om het te genezen. We kochten de medicijnen voor de vrouw. De apotheker vroeg 2600 francs. 2600 francs? Vroeg de vrouw meer dan wat het kostte of had de apotheker aan de vrouw meer gevraagd dan aan ons (en krabbelde ze wat terug toen mundele - blanken – toch wat te veel aandacht voor de vrouw en haar voorschrift hadden)? Beide scenario’s zijn mogelijk. De apotheker verdient misschien zelf maar 30 USD per maand…

Later vernamen we dat het kind op de afdeling “Réanimation” lag. De medicijnen waren voor 1 dag. Morgen staat de vrouw terug aan de apotheek te wachten tot iemand de 2600 francs voor haar kan betalen.

Wat hebben we hier uit geleerd? De barrières in de gezondheidszorg in Congo zijn gigantisch hoog, misschien hoger dan in andere Afrikaanse landen. Dit ondanks “les cinq chantiers” van president Kabila. Een ouder van een kind met een vrij eenvoudige maaginfectie kan die niet verhelpen en moet die laten ontsporen tot het kind bloed overgeeft; waarschijnlijk zal het kind het ziekenhuis niet overleven. Wat dan als het kind een handicap heeft? Het sluiten van een myelomeningocele kost 250 USD. Het steken van een shunt ook. Dit is dus zonder medicijnen, zonder het verlies van inkomsten (een ouder moet steeds bij het kind zijn in het ziekenhuis om voor het eten te zorgen en het te wassen), zonder de shunt zelf (die ergens tussen 60 en 1000 USD kost), zonder het vervoer (dat in Afrika heel duur is), zonder de “tips” die verpleegster, dokters, wachters, apothekers verwachten kost het dus al 500 USD. En dan moet de vaak ongeletterde moeder al de meest efficiënte weg naar hulp kennen. Meestal zijn ze al een fortuin kwijt aan kwakzalvers die het op een traditionele manier wel eens zullen oplossen (en het kind met gloeiend hete ijzeren staven bewerken, bijvoorbeeld). Wat doe je dan als je 300 USD per JAAR verdient?

Veel borelingen met een aangeboren handicap worden in de zon gelegd voor een paar uur. Of de kanga, waar het kind in gedragen wordt, loslaten in een rivier. Het is een manier om om te gaan met het onmogelijke.

Vorige week is een Engelse documentaire over ons ziekenhuis in Oeganda vertoond. De journaliste gaat ook naar een kind dat geen behandeling krijgt. Om bij te schreien.

Kinshasa

Morgen vertrek ik naar Kinshasa. Ik vraag me af hoe hard de stad zal veranderd zijn na 6 jaar.

Dirk Tanghe, pt 2

Ik hoorde Dirk Tanghe op de radio. Nu lees ik over Dirk Tanghe in de krant. Hoe het leven kan verlopen in 4 jaar tijd. En gerecycleerd wordt in nieuw leven. Dramatisch, echt toneel.

Het verslag van de marathon

Zondag liep ik een marathon uit. Vandaag doet mijn rechtervoet pijn, mijn rechterdijspier en de plooi van mijn knieën. Een relaas…

De drie musketiers

De dagen voor de marathon waren niet ideaal. Op het werk was er vanalles te doen, en ik kon pas de allerlaatste vlucht naar Berlijn nemen (aankomst om 21u00; eten om 22u00; in bed om 23u30). Van de zenuwen sliep ik goed 5u. Goedroen’s reactie ‘s ochtends: “Och, Lieven, zo moe dat jij eruit ziet”. Zie de foto hierboven, geen verdere commentaar. En dit was na de belabberde voorbereiding, met de ontstoken knie en de gedwongen maand rust. Maar goed, voor ongeveer 40€ per km sponsoring doet een mens al wat.

Mijn doelstellingen waren bescheiden: ik wou niet opgeven en ik hoopte niet met een blessure te eindigen. Zoals je wist, had ik mijzelf 5u gegeven. De suboptimale voorbereidingen hadden de ambitie -wisely- getemperd.

Maar wat is de Marathon van Berlijn een plezier om te lopen. Zelfs op km 35, het mentaal zwaarste punt. Overal langs het parcours staan massa’s toeschouwers, die iedereen blijven aanmoedigen. Ze slepen hun muziekinstrumenten buiten en entertainen het publiek en de lopers. Ik zag samba-groepen, big bands, een heus avant-garde jazz ensemble, rockgroepen, zelfs een punkgroep. Een eenzame drummer. Hippies met tamboerijnen. Het weer was prachtig, een staalblauwe hemel, stralende zon (misschien iets te warm om te lopen). Ik liep tussen veel lopers -evidemment- maar ook tussen clowns, rode-bloedlichamen, Asterix en Obelix (met menhir op de rug), ballet-danseressen met roze tutu’s, Victoriaanse madammen met hoepelrok en parasol. En veel collega’s waren zoals mij zichtbaar aan het fondsenwerven, vooral voor Britse NGO’s.

Ik was gekomen met Joris en Manu. Hun beider vrouwen en Inge stonden ons op te wachten op km 20, km 32 en km 42. Ook zij hadden, in het doorkruisen van Berlijn, hun plezier gehad.

We startten in vak H. Joris sprong weg, ik hield het bij “starten op het gemakske, we zien dan wel”. De eerste kilometers waren moeilijk. Door het vele volk moest ik hard opletten en veel ontwijkmanoevres uitvoeren. Daardoor ging het trager dan verwacht. Vanaf km 10 begon het wat gemakkelijker te lopen. Berlijn is een mooie stad. De sfeer was uitstekend. Het weer fantastisch. Op km 20 even zwaaien naar de meisjes.

Tegen km 28 begon het moeilijker te gaan. Ik moest plots heel hard plassen. Die stop was dodelijk. Mijn linkerknie deed pijn en ik geraakte niet meer in het ritme. Tegen km 32 was de pijp uit. Ik dacht “ai, dit gaat nog lang duren” (en het duurde ook nog lang). De hartslag verhoogde zienderogen en ik recupereerde amper. De meisjes opnieuw zien hielp, maar ik kon niet meer dan tegen 8 per uur verder lopen. Ik had nog het wezen om veel te blijven drinken ook al had ik geen dorstgevoel meer (daardoor valt de verzuring nu wel mee). Eten lukte niet, mijn maag pruttelde tegen. Man, dat laatste anderhalf uur was pijnlijk. Niet alleen bij mij. Ik zag er heel wat stoppen, stappen, overgeven, stretchen, aan de kant zitten, massage krijgen. Een ambulance op het parcours. Ik zat duidelijk niet in het segment van de fantastische marathonlopers.

Joris was duidelijk het best getraind. Hij liep de marathon uit in 4u14. Ik in 5u01. Manu in 5u04. Op een manier ben ik heel tevreden, ik finishte de 42,195 km en dat zonder blessure. Langs de andere kant weet ik dat het beter kan (de knie in augustus, het werk tot op het laatste moment). Het smaakt naar meer. Het vraagt om verder te gaan. De marathon was heel erg leuke ervaring.

De volgende afspraak is 22 april 2012, de marathon van Antwerpen. Wie doet er mee? Ik zoek een team van 10 om met vijf gesponsord naar Antwerpen te trekken, opnieuw voor kinderen met een handicap in Afrika. Aangezien Berlijn zo een genot was, doe ik volgend jaar zeker weer mee. Contacteer mij indien interesse. Zij die mij financieel hebben gesteund, zijn bijzonder bedankt. Het hielp echt door bij elke kilometer (allez, een kilometer is erg lang na 35km, dus elke 100m) te denken aan de steun die is gegeven.

Zij die nog willen sponsoren (diegenen die zeker wilden zijn dat ik de marathon zou uitdoen), kunnen dat nog steeds. Stort uw gulle bijdrage op de rekening van IF Child Help 738-0197170-88 met als mededeling 110925 (de datum van de marathon). Giften vanaf 1€ per km zijn fiscaal aftrekbaar (eigenlijk vanaf 40€, maar 42,195€ ligt daar dicht bij).

En oh ja, ik kreeg een medaille, maar die ben ik ondertussen al kwijtgespeeld.

Marathon (lees dit even)

Ok, het eerste wat ik dacht na mijn laatste echt lange loop (34 km) was: “en de marathon is nog eens een toerke rond het (fantastisch mooie) Alster meer“. Een uur later, fris gewassen en een beetje gerecupereerd, dacht ik: “dit kan ik”.

Ik loop natuurlijk niet zomaar een marathon. Zo afzien moet een doel hebben. Al lopend – en ik weet, mijn brein functioneert ongetwijfeld niet naar behoren tijdens het lopen – bedacht ik het volgende:

Ik heb in 2006 mede een vereniging opgericht voor steun aan kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden: IF Child Help Belgium. Als ik nu 100 man vind die elk 1€ geven per kilometer die ik loop, dan kan ik een verpleegster in een van onze projecten 1 jaar betalen. Als motivatie om die 42,195 kilometer uit te lopen kan dat tellen. En als ik dat elk jaar doe, kan ik continue 1 verpleegster in dienst houden. 5u afzien en 100 kinderen (want dat is wat ze als capaciteit aankunnen) geholpen, wat een added value.

Als ik 10 lopers vind, kan ik zo 10 verpleegsters in dienst nemen. Maar misschien is dat voor volgend jaar (17 april: Marathon van Antwerpen). Vind ik slechts 1 donor die 1€ per km geeft, kan ik 1 shunt kopen (noodzakelijk om een levensreddende operatie te doen). Dat is ook al de moeite, maar dan betaal ik misschien toch liever zelf de shunt dan 5 uur af te zien :) . Geeft iemand 100€ per km in een keer, dan mag die een speciaal verzoek doen.

Crisis of niet, stort uw gulle bijdrage op de rekening van IF Child Help 738-0197170-88 met als mededeling 110925 (de datum van de marathon). Giften vanaf 1€ per km zijn fiscaal aftrekbaar. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd en hoe meer pijn in mijn kuiten en voeten en knieën… Over de kosten van mijn deelname moeten jullie je geen zorgen maken, die heb ik al betaald (deelname, hotel, vlucht).

Ik dank jullie!

Aha!

Deze vakantie mocht ik getuige zijn van een vallende frank bij mijn dochter. Haar lievelingsboek is “10 kleine visjes“, een boek waar elke pagina een visje achterblijft bij een gele stekelvis, krab, octopus, scheepswrak, kwal, zeepaardje enzovoort. Ze beginnen met 10 visjes en eindigen met 1. Op de linkerkant van de pagina staat in het groot het cijfer en onder het cijfer begint het verhaal.

“10 – tien kleine visjes zwommen in de zee”.

Ze lag op de mat te lezen (ze kent het verhaal van buiten). Naast haar stond een toren met 10 halve bollen. Op de bovenste halve bol staat het cijfer 10, op de onderste het cijfer 1.

Ze keek in haar boek, ze keek naar de toren. Dat was het zelfde cijfertje! En er waren ook 10 visjes.

De volgende pagina ging over 9. Op de tweede halve bol stond ook 9. En er waren negen visjes, want dat controleerde ze nog even.

Nu is elk cijfer dat in het straatbeeld verschijnt, een opportuniteit om even stil te staan en luidop aan te duiden. “Dat is een nummertje 5, hé, papa? En dat een nummertje 0, hé?” bij de aankondiging van 50% korting in de Brico.

Angus and Julia Stone

Ik hou wel van de nieuwe lichting singer-songwriters, meestal uit de VS. Ik ben een grote fan van Bon Iver (is die niet van Canada?), Devandra Banhart, Baby Dee, Neko Case to name a few. Angus and Julia Stone, Australiërs, passen geheel in deze stroming. Ze hadden ook een Amerikaanse ritmesectie meegebracht naar hun optreden in de AB.

En stonden antieke lampenkappen op het podium, de achterwand was geweven behang met bloemmotieven en kadertjes met foto’s.

Ze zei: “I wrote this song last summer, you’ll understand when you hear it. I am laughing now, but it was quite dramatic at the time. You don’t need to worry, I am ok now. But not then.”

En ze zong “there is no one to blame, but you. My hairs were still on the pillow when you took her”. Ze liet de zaal “where has the love gone?” zingen. En even later “I believe in love”. Ze danste, het stijle haar met een vlecht bijeengehouden en met haar bloemetjesjurk aan. Haar broer was stoned als een ei: “wow, this is a beautiful place.” Hij brandde wierrook die de zaal vulde. Hedendaagse hippies, met nieuwe liedjes maar trouw aan de traditie, hadden de AB ingepalmd en ik ging gelukkig buiten, met een glimlach op het gezicht.

Waarom neem ik de trein

“Waarom neem je nog de trein?” vraagt mijn courant op hun website. Het is toch altijd een beetje reizen. Ik ga ‘s ochtends naar het station voor een reis van minstens anderhalf uur in elke richting, waarvan 1u10 in een trein. In mijn rugzak zit een krant, een thermosje koffie en een laptop. Ik lees en werk op de trein. Dat uur is niet verloren.

Akkoord, het is veel tijd elke dag, en ik zou ook meer met mijn kinderen willen bezig zijn. Jammer dat de jobs waar ik nu, na jarenlange mismeestering, nog voor in aanmerking kom, zich in Brussel bevinden (of andere grootsteden, maar dat is sowieso al een no-go). Dus, dan liever met de trein dan in een auto. In de auto kan ik radio-luisteren en telefoons plegen, maar ik prefereer de krant lezen en teksten schrijven.

Vorige week stond volledig in het teken van de goedheilige man, Sint. Mijn dochter is nu 2.5, en begint het concept stilaan te snappen. OK, ze gaat naar school en daar pompen ze het er goed in, een themaweek met een optreden op vrijdag voor de grootouders. Ik ga niet beginnen over mijn ideeën erover. Dat is voor een andere keer. Dit gaat over liedjes zingen.

Ze zat aan tafel. “Papa, ik ga mijn mond volproppen en ‘zie ginds komt de stoomboot’ zingen” zei ze serieus. Ze propte haar mond vol en begon “euwn euch euwh a oomoom eu euwe eeu u”. Ik was net te laat om het op foto / video vast te leggen en kwam, bij reflectie, amper bij van het lachen.

2.5 is ze dus. Waar gaat dit heen?

Henk S.

Hij stonk, Henk S., toen hij vanmorgen op de trein stapte. Hij stonk naar een café op een ochtend na een zware nacht, naar verschaald bier en sigarettenrook. Henk vertrok duidelijk naar zijn werk – een functie bij onze overheid – in onze hoofdstad, hij was in uniform en met twee badges duidelijk zichtbaar.

Hij opende een jupiler halveliter die hij nuttigde terwijl hij een kruiswoordraadsel invulde. Hij rolde een sigaret terwijl we Brussel binnenreden.

Het hele tafereel op de bank voor mij straalde een enorme tristesse uit.

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.